Bericht van Gerda Potze op vrijdag 1 mei: Uit het leven van een “held”

Sinds enige weken ben ik een held. Niet omdat ik een heldendaad verricht heb, maar omdat een venijnig en tot voor kort onbekend virus de wereld, Nederland, Groningen in zijn macht heeft. En opeens zijn woorden als lock-down (al dan niet intelligent), opschalen, afschalen, vitale beroepen aan de orde van de dag. En opeens ben ik een held, want ik werk in de zorg.

Ik neem u mee naar de plek waar het zich afspeelt: een verpleegafdeling met patiënten die opgenomen zijn voor de interne geneeskunde of voor de geriatrie. De gemiddelde leeftijd is er boven de 80 jaar.

Een avonddienst:
Een man, bekend met psychiatrische problematiek, ligt op de isolatiekamer. Hij is gekweekt op Corona, en moet de uitslag in isolatie afwachten. In isolatie betekent: geen bezoek, en verpleegkundigen die binnenkomen in de uitmonstering die u inmiddels van t.v. kent. De man is verward, begrijpt niet wat hem overkomt. Hij zoekt met zijn handen over de muur, hij wil eruit! Dat gaat niet, want het gevaar dat hij anderen besmet is aanwezig. Het lukt niet om hem bij te sturen, en helaas komen er medicijnen aan te pas om hem te kalmeren.

Een paar kamers verderop ligt een oudere dame, 94 jaar. Zij is vanuit een verpleeghuis opgenomen, voor iets “gewoons” (lees: niet voor een corona-besmetting). Ze is erg ziek, maar ze glundert. Want voor het eerst sinds weken mag haar zoon haar bezoeken! Eén keer per dag één persoon, dat is de regel in het ziekenhuis. Zoon komt, en zit langdurig aan het bed van zijn moeder. “En mag mijn vrouw dan morgen bij moeder op bezoek komen?” Dat mag.

Achter op de gang loopt een patiënt onrustig rond. “Coronatitis, coronatitis”, en verder een onsamenhangend verhaal. Hij is beginnend dementerend, wordt overprikkeld door alle nieuws op radio en t.v. en voelt onze extra spanning en de extra onrust op de afdeling haarfijn aan. Een hand op zijn arm, een kalmerend praatje, het helpt tijdelijk. Anderhalvemeter-economie kan misschien buiten het ziekenhuis, maar anderhalvemeter-zorg? Ik zou niet weten hoe. Dus een beetje luisteren naar Mark, een boel gezond (boeren- of verpleegkundig-) verstand, een beetje burgerlijk ongehoorzaam, dat is het recept voor goede zorg.

Op een andere isolatiekamer ligt een oudere mevrouw, verward door een infectie die opspeelt (mogelijk Corona). Ook zij moet in strikte isolatie wachten op de uitslag van de kweek. Die uitslag komt best snel hoor, binnen 8-16 uur, maar een hele nacht in een kamer met de deuren hermetisch gesloten is heel lang als je geen idee hebt waarom dat zo is en als het een warboel in je hoofd is. En als er iemand binnenkomt is hij/zij onherkenbaar. Dus laat ik mijn stem maar extra vriendelijk klinken, en met een gehandschoende hand kun je best even een hand vasthouden, of een bemoedigend kneepje in de schouder geven.

Een patiënte is stervende. Dan mag er meer bezoek komen, maar nog steeds mondjesmaat. Gelukkig is ook de geriater van het recept: een beetje luisteren naar Mark etc………. en zo zorgen we er samen voor dat de achterkleinkinderen (een tweeling van 16 jaar) toch kunnen komen om afscheid van hun omi te nemen.

Ik verleen zorg, ik verricht verpleegkundige handelingen, ik observeer, rapporteer, overleg met andere disciplines, ik begeleid en ondersteun zoals ik dat al jaren doe. Onder bijzondere, bizarre en beperkende omstandigheden, dat wel. Maar ik voel me bevoorrecht dat ik binnen de 1,5 meter cirkel van de patiënten mag bewegen, dat ik vol vertrouwen toegelaten wordt. En dat ik daar waar we allemaal bijna letterlijk “onaanraakbaren” geworden zijn, toch mag aanraken. Omdat de zorg (fysiek of mentaal) voor de patiënt daarom vraagt.
Omdat mensen daarom vragen.

Ondertussen voelt het heel vreemd en tegenstrijdig dat ik op mijn werk zo dicht bij mensen kom, en in de privésfeer zoveel afstand moet houden. Ik kan niet wachten tot dat over is.
Joke van Leeuwen schreef in een kort gedichtje:

Als die venijnige ijzerenheinige
virusjes die je niet ziet,
als die rondhoppende in de war schoppende
piepkleine stukjes verdriet
weg zullen kwijnen en daarna verdwijnen
dat nergens nog één overschiet,
dan zal ik je kussen, maar ja, ondertussen,
doe ik dat maar niet.

(en lees voor kussen ook: aanraken, een hand geven, naast je zitten op minder dan 1,5 m, knuffelen………)

Gerda Potze
Reageren? Bel of mail: gerda.potze@telfort.nl / 0596 78 50 36

De nieuwsbrief

Bijbelvers van de dag

Wie een lamp aansteekt, zet hem niet onder een vat of onder een bed, maar plaatst hem op een standaard, zodat iedereen die binnenkomt het licht ziet.

protestantse gemeente i.w. Vredekerk/Maarland