Bidt Jeruzalem vrede toe

Bidt Jeruzalem vrede toe

Vrouwen en Mannen in het Zwart

“Jeruzalem, dat ik bemin,
wij treden uwe poorten in.
U, Godsstad, mogen wij begroeten”.

Die regels uit psalm 122 zingen wij graag. Een feestelijke psalm, lofzang aan Jeruzalem waar, volgens vers 5, “de tronen van het recht” staan. Wij gaan in gedachten mee met die pelgrims van vroeger, naar Jeruzalem, centrum van het Joodse geloof, dus ook voor Jezus en ook zo veelzeggend voor ons. Veel christenen gaan graag eens naar dat land, waar in 1948 de staat Israël is gesticht, een staat alléén voor Joden. Maar niet alle christenen kunnen de poorten van Jeruzalem binnengaan. Christen-Palestijnen uit de Westelijke Jordaanoever of Gaza komen, als ze de poorten van Jeruzalem willen binnengaan – naar de Heilig Grafkerk rond Pasen bijvoorbeeld – een muur van 9 meter hoog tegen, waar ze niet door- heen mogen, tenzij ze een heel moeilijk verkrijgbare pas daartoe hebben gekregen van de Israëlische regering. Palestijnen zitten opgesloten achter de muur die hen opsluit in de gebieden, die hun in 1949 door de Verenigde Naties zijn toe bedeeld: de Westelijke Jordaanoever, Gaza en het Oostelijk deel van Jeruzalem.

In 1967 veroverde Israël die Palestijnse Gebieden en bezette die. Sindsdien leven de Palestijnen onder deze bezetting, die hun leven beperkt tussen muren, hen onderdrukt en hen zoveel mogelijk ertoe wil brengen om van ellende maar weg te gaan, wat zij voor het merendeel echter niet doen. Hun families woonden immers al eeuwenlang in het land, hun voorouders liggen er begraven. De hoge muur om deze Bezette Gebieden wordt sinds 2003 gebouwd. In een Resolutie verbood de Ver- enigde Naties de bouw, omdat die tegen het Internationaal Recht ingaat. Maar de staat Israël trekt zich niets van het Internationaal Recht aan en gaat door. Zelfs voor bezoek aan een ziekenhuis in Jeruzalem kunnen Palestijnen moeilijk een pas krijgen. Israël voert immers officieel de ‘Pan-Israël politiek’, die streeft naar het bezit van héél het Land. Niet alleen gelovige Joodse Israëli’s, maar ook niet-gelovige, zoals bijvoorbeeld de bekende Netanyahu, gaan er van uit dat het land helemaal alléén voor Joden is, het is een zgn. ‘etnische staat’. Tot op de dag van vandaag pakken Joodse Israëli’s op allerlei manieren stukken van de Bezette Palestijnse Gebieden af en bouwen er permanente ‘nederzettingen’. De Verenigde Naties hebben dit in een Resolutie verboden, maar omdat de staat Israël zich gesteund weet door vele landen en christen-zionisten, wordt dit verbod genegeerd. Al jarenlang vestigen Joodse Israëli’s, ‘kolonisten’ genoemd, zich in de Palestijnse Gebieden, en nemen land, olijven-plantages en weidegebieden voor schapen en geiten, in als of het hun bezit is. Zij worden daarin gesteund door de Israëlische regering en het leger. Palestijnen worden dan, meestal met geweld, verdreven. Ik kreeg heel kort geleden een mail van een vriend van mij, Toine van Teeffelen (aan sommigen van jullie bekend, hij logeerde hier en sprak op een gemeente avond), een Nederlandse antropoloog en schrijver, al 30 jaar getrouwd met een Palestijnse vrouw, al even lang wonend in Bethlehem, dat op de bezette Westelijke Jordaanoever ligt. Daar lees ik dat kolonisten nu nog een andere methode gebruiken voor hun ‘landje pik’: zij stichten een ‘herderboerderij’ op een stuk Palestijns land. In de praktijk steunen de Israëlische autoriteiten dit. Het land wordt omheind, bewaakt, voorzien van Israëlische vlaggen en er worden permanente woningen gebouwd. Water en elektriciteit (waar de Palestijnen van verstoken zijn) worden aangelegd vanaf al bestaande Joodse nederzettingen. Waar moeten de oorspronkelijke Palestijnse eigenaren, met hun gezinnen, nu heen? Waar halen ze nu hun levensonderhoud vandaan? Daar bekommeren de Joodse kolonisten zich niet om. Zo zijn er, schrijft Toine, nu al tientallen ‘herderboerderijen’ gesticht. U kunt zich de ellende van Palestijnen voorstellen. Maar het gebeurt in vele vormen, dagelijks, ook met het land van de familie van Mary, de vrouw van Toine.

Overal zijn conflicten, oorlog en geweld. De oorlog in Oekraïne is zó dichtbij gekomen, dat die ons da- gelijks in gedachten is. We worden geraakt en bid- den om vrede. Dichtbije oorlog maakt dat we ge- makkelijk oorlog en lijden vergeten dat verder van ons bed is. Maar elke zondag denken we toch, op de één of andere manier, aan dat land waar nu de staat Israël is, het land dat zo lang ‘Kanaän’ of ‘Palestina’ heette, waar de verhalen van het Oude Testament spelen, waar Jezus leefde en stierf? Dat land, beloofd aan de nakomelingen van Abraham, onder voorwaarde dat er Gods weg, de Thora, zal worden geëerbiedigd (zie Jozua 1)? Die Thora, waarin ook plaats is voor ‘de vreemdeling’ (dat is: de niet-Jood) die in uw poorten woont. We zingen onze psalmen. Staan de ‘tronen van het recht’ nog in het huidige Jeruzalem, in de huidige staat Israël? Vers 6 van psalm 122 luidt zoals we het zingen: “Bidt heil toe aan dit vredeoord”. Doen we dat? Nu? Elk bidden zit vast aan werken op de één of andere manier: aan- dacht en tijd geven, solidair zijn met en opkomen voor de slachtoffers. Wat kunnen we doen?

In 1988 begon een groepje Joods-Israëlische vrouwen elke vrijdag middag vóór de Sabbat begint, samen te komen. Zwijgend, in het zwart gekleed. Zij droegen grote borden in de vorm van een hand, die een ‘stop’ gebaar maakt, met daarop in het Hebreeuws, Arabisch en Engels: “Stop de Bezetting”. Zwijgend protesteerden ze zo tegen de Bezetting van de Palestijnse gebieden door Israël en alle ge- volgen daarvan. Zij noemden zich “Vrouwen in het Zwart”. Ze rouwen.Tot nu toe doen zij dat op het Terra Sancta Plein midden in Jeruzalem. Sinds dit begin wordt aan dit zwijgende, maar aanhoudende protest meegedaan in veel landen, ook op verschil- lende plaatsen in Nederland. Tegenwoordig doen ook mannen mee. In Groningen komen de Vrouwen en Mannen in het Zwart bijeen op de Grote Markt, tegenover het gebouw van Vindicat, elke zaterdag om de twee weken, op de oneven data, van 13.00 tot 14.00 uur.

Op 17 september a.s. wordt er daar bij stil gestaan dat zij daar nu al 20 jaar samenkomen. Iedereen die solidair wil zijn met hen, die lijden onder de ellen- de van de Palestijnen, die lijden onder de Bezetting, nodigen zij uit mee te doen, op de Grote Markt, van13. tot 15.00 uur. Er is dan ook een program- ma met sprekers en muziek. We kunnen nog meer doen, te veel om in dit artikeltje te noemen. Wie er meer van wil weten, kan contact met mij opnemen (bonstorm@hetnet.nl). We kunnen in ieder geval van harte meebidden met vers 6 van psalm 122: “Bidt Jeruzalem vrede toe”.

Riet Bons-Storm

Nieuwsbrief Vredekerk

Bijbelvers van de dag

Zie uit naar de HEER en zijn macht, zoek voortdurend zijn nabijheid.

protestantse gemeente i.w. Vredekerk/Maarland