Gaza, de Palestijnen? Israël?Een dilemma

Duizenden doden in Gaza. Heel veel kinderen dood, verminkt, zonder ouders. Duizenden woningen in puin. Wanhopige mensen, al twee maal gevlucht, steeds meer naar het Zuiden, nu in de val, ze kunnen geen kant meer op. Honger en dorst werden een wapen in de strijd.

7 Oktober: de Palestijnse bevrijdingsbeweging Hamas valt plotseling Israël binnen. Meer dan duizend doden, heel veel gegijzelden. Israël, het Heilige Land door God beloofd aan de Joden, is aangevallen! Dan mag Israël toch wel als antwoord een tegenaanval tegen Hamas doen! Veel landen in de hele wereld komen Israël te hulp. Nederland niet in het minst. De regering belooft Israël voor 100% te steunen. En dat gebeurt ook. Maar is die tegenaanval van Israël niet wat té erg? Heeft Israël er dan geen moeite mee dat om leden van Hamas uit te schakelen er zó veel onschuldige Palestijnen omkomen? Staat er niet in de Tora, door God aan Israël gegeven: “Gij zult niet doden?”.

In de hele wereld komen veel landen in het geweer en stellen: dit is ‘disproportioneel geweld’: de vergelding is erger dan de daad, die vergolden moet worden. Israël moet het doden en verwoesten, staken. Maar veel gelovige mensen, gedreven door hun liefde voor Israël, houden vol: Israël mag zich verdedigen, zeker tot alle gegijzelde Irsaëli’s, leden van Gods eigen volk toch, vrij komen. En, zoals ook staat in Kinderen van Amalek, het boek van Erik Ader, kenner van het gebied en de situatie daar, redeneert men: is het Palestijnse volk niet als dat van de Amalekieten, die Israël aanvielen en met goedvinden van God werden verdelgd? Zie 1 Samuel 15 vers 3, waar God bij monde van Samuël aan Saul gebiedt om tegen de Amalekieten, die Israël bedreigen, ten strijde te trekken: “Spaar ze niet, maar dood alles en iedereen: mannen, vrouwen, kinderen en zuigelingen, runderen en schapen, kamelen en ezels”. Dus staat Israël niet in haar recht? Maar wie is God, die zulke bevelen gaf via Zijn profeten? Met wie moeten we loyaal zijn, met Israël of het Palestijnse volk in Gaza en op de Westelijke Jordaanoever? Vast staat dat de inval van Hamas op 7 oktober wreed was en te veroordelen.

Over God werd in de oudste delen van het Oude Testament anders gedacht door mensen, en dus ook door de bijbelschrijvers, dan wij nu doen. God was ‘de God van Israël’, zoals elk land en volk toen zijn eigen godheid had, die met zijn volk ten strijde trok. Die God van Israël had een verbond gesloten met de nazaten van Abraham en later aan Jozua, na de lange reis vanuit Egypte naar het land, dat God aan hen als een vaste woonplaats beloofde. Maar dat beloofde land kreeg geen vaste grenzen. In Genesis 15 vers 18-21 strekt het beloofde land zich uit van de Eufraat in het N.O. tot de Nijl in het Z.W., dus eigenlijk de hele bekende bewoonde wereld toen. In Numeri 34 belooft God het land met andere grenzen, in Deuteronomium 11 vers 24 en Jozua 1 weer met andere. Heel belangrijk is dat de landbelofte niet zonder voorwaarden is. Lees Jozua 1, belangrijk zijn vers 7, 8 en 13 (in de vertaling van Karel Deurloo): “Alleen, wees sterk en krachtig, want jij (Jozua) zult dit volk het land doen beërven, waarvan ik aan hun vaderen heb gezworen het hún te geven om het te doen bewaren en te doen naar heel het Onderricht, dat Mozes mijn knecht je gebood. Wend je niet af naar links of naar rechts, opdat je slaagt overal waar je gaat. Dit boek van Onderricht mag niet wijken uit je mond, mediteer daarmee dag en nacht opdat je het bewaart en doe alles wat daarin geschreven is. Dan zullen je wegen lukken, dan zul je slagen”. Jozua stuurt boden naar de stammen van Israël die het land zullen gaan veroveren en zegt: “Houdt u aan de opdracht die Mozes, dienaar van de Eeuwige, u gegeven heeft. Mozes heeft gezegd: ‘De Eeuwige uw God zal u vrede schenken en u dit gebied geven’”. Het bezit van het beloofde land heeft dus als voorwaarde dat het volk Israël de Tora onderhoudt, er naar leeft. Doet het dat? Bovendien is het land niet exclusief aan de Joden beloofd. God zegde aan Israël een plek om te wonen toe, zoals ieder mens die nodig heeft. Maar altijd hebben er niet-Joden, ‘vreemdelingen’ zoals ze in de Bijbel worden genoemd, in het land gewoond. In de Tora gaat het zelfs over de vreemdeling die in uw steden woont. In het Oude Testament staat 36 keer dat men gastvrij moet zijn tegenover vreemdelingen.

Debbie Weissman, een Joodse theologe, geïmmigreerd in Israël vanuit de Verenigde Staten, verwees in een seminar dat ik bijwoonde in Jeruzalem naar wat staat in Leviticus 25 vers 23: ”Het land mag nooit voor altijd verkocht worden, want van Mij is het land; want bijwoners zijn jullie voor Mij” (zie Vertel onze verhalen verder, pag.83).

Vooral bij latere profeten is God niet alleen ‘Israëls God’, maar een God voor de wereld. De Tora bleef het samenbindende element voor wie met deze God willen leven. Jeruzalem bleef het middelpunt, daar wordt de aanwezigheid van deze God het meest intens beleefd. Jezus stond in de lijn van deze latere profeten. De Tora was het leidsnoer van zijn leven. Liefde, vrede en gerechtigheid, vormen de kern van Gods verlangen voor mensen, het meest voor wie in de verdrukking zitten en lijden. Jezus maakt dit heel duidelijk in zijn verhaal over de barmhartige Samaritaan. Wij, nu, staan in de lijn van deze uitleg van de Tora, uitziend naar de situatie, waar God het voor het zeggen zal hebben. Opgeroepen om daar naar toe te werken.

Moeten we allemaal kiezen: voor Israël óf voor de Palestijnen?

We kunnen ook kiezen voor een meervoudig gerichte loyaliteit (zie het boek Vertel onze verhalen verder, blz.6/7). Dat is heel moeilijk, maar mogelijk, als we de belangen en verlangens van beide partijen proberen te begrijpen. Beide volken, het Joodse/Israëlische volk én het Palestijnse volk hebben een plek nodig om veilig te wonen, een plek waar ze hun aanwezigheid niet hoeven te rechtvaardigen, omdat ze er horen. In de lijn van Gods gerechtigheid en Gods liefde voor alle mensen ís er voor iedereen een plekje op deze aarde als we eerlijk delen. Daarbij is het zo dat er binnen de staat Israël mensen zijn die het niet eens zijn met de Israëlische regering en we kunnen vooral met hen solidair zijn en hen steunen. Ik noem B’Tselem (naar het beeld van God) een NGO (Niet-Goevernementele Organisatie) die werkt naar door mensenrechten geleid samenleven van Joodse Israëli’s en Palestijnen. ‘Breaking the Silence’, een NGO van Israëlische ex-militairen die de samenleving wijst op schendingen van mensenrechten die het Israëlische leger begaat tegen de Palestijnen. Ook is er is de organisatie ‘Rabbi’s for Human Rights’.

Een manier waarop wij aan meervoudige loyaliteit vorm zouden kunnen geven is: vooral aandacht hebben voor de mensen, zowel Joods-Israëlische, als Palestijnse mensen. Aan beide zijden vallen slachtoffers, aan beide zijden wordt geleden. Waar lijden is, daar is de roep om solidariteit. Die loyaliteit naar beide partijen is nu, vind ik, heel erg moeilijk. Mijn medeleven gaat veel meer uit naar de Palestijnen en soms betrap ik me er op dat ik het beleid van de Israëlische regering zó erg afkeur dat ik die leiders haat. Het is ongelofelijk moeilijk om je vijanden lief te hebben. Ik bedenk mij dan dat God en ook Jezus altijd een voorkeur hadden voor diegenen die in nood zijn. Maar nodig is dat we alles doen om het moorden en vernielen op te laten houden. Het kan pas tot overleg komen als de partijen de ander als gelijkwaardig en met gelijke rechten beschouwen en ze dat ook zijn/worden in de ogen van de wereld, ook van de Christenheid. Die gelijkwaardigheid is tot nu toe ver te zoeken. Israël is rijker, heeft meer wapens, meer militaire hulp uit het Westen, steun ook van vele christenen. Het Palestijnse volk is door tientallen jaren onderdrukking verarmd. Daarom is een eerlijk overleg tussen de partijen nu nog niet mogelijk. Dus zitten we in een moeilijk dilemma: met wie het meest solidair en hoe?

Wat wij, nu, hier kunnen doen is: we kunnen samen, liefst in overleg, zoeken naar wegen om kleine dingen te doen die de vrede, hier en ook daar tussen Israël en de Palestijnen, een beetje dichterbij te brengen. De inspiratie van Gods Geest van vriendelijkheid en liefde in ons toelaten, niet eigen zelf eerst. Eerlijke informatie verzamelen over de situatie. Kritisch willen zijn op onze eigen opvattingen tot nu toe. Offers willen brengen. Moeilijk! Ons niet afvragen of we ons wel druk moeten maken om het probleem daar in Israël, Gaza en de Westelijke Jordaanoever. Niet denken of zeggen: “Het is te ingewikkeld”. We zouden kunnen beginnen door in ieder geval niets te zeggen of te doen wat de toenadering tussen Israël en de Palestijnen als gelijkwaardige partners in een overleg in de weg staat of een vrede in gerechtigheid schaadt. Moge Gods Geest ons inspireren.

Riet Bons-Storm

De nieuwsbrief

Bijbelvers van de dag

Zie, God is mijn helper, de Heer is het die mijn leven draagt.

protestantse gemeente i.w. Vredekerk/Maarland