André van den Bor stelt zich voor

André van den Bor: ‘Ik pas moeilijk in een hokje’

Op 8 augustus vond in de Petrus en Pauluskerk in Loppersum de intrededienst plaats van André van den Bor (1968). De nieuwe dominee van de gemeente Maarland stelt zichzelf voor.

Foto: Marije Schipper

De pastorie naast de Jacobuskerk is al helemaal ingericht. Landkaarten aan de muur, in het raam naast de deur een klein beeldje van een heilige met open armen. In de gang hond Tesse, want dominee André van den Bor is ‘kynofiel’, hondenliefhebber. ‘Ik heb een paar jaar geleden zelfs examen gedaan voor het theoriegedeelte kynologie.’ Het ziet eruit alsof de kersverse predikant van de gemeente Maarland zich al helemaal thuisvoelt. ‘Ik voel me bevoorrecht om hier te mogen zijn.’

‘Ik heb de afgelopen drie jaar in Roosendaal gestaan en was niet actief op zoek. Drie jaar is vrij kort, maar ik had het idee dat de gemeente en ik niet zo goed bij elkaar pasten. En met dat hele coronagedoe was er ook niet veel gelegenheid om elkaar beter te leren kennen. Toen dacht ik: probeer ik het na corona opnieuw in Roosendaal of vind ik een andere plek? Iemand wees me op de vacature en ik had meteen mijn vooroordelen over Groningen: het is een platte vlakte met niks. Maar de eerste keer dat ik hier was, zag ik dat ik het mis had. Er was een soort onderbuikgevoel, het voelde hier goed. Ik houd van de natuur, van stilte vooral. Als ik katholiek was geweest, was ik misschien wel monnik geworden. Stilte is een groot goed, en dat vind je hier zomaar.’

‘De klik met Maarland was er ook vrij snel. Ik vind muziek een belangrijk onderdeel van spiritualiteit en heb gemerkt dat mensen er hier ook zo over denken. Dat verbaasde me eerst! Ik had het vooroordeel dat mensen in een stadse gemeente de waarde van cultuur meer erkennen, maar het blijkt eerder andersom. Ik had nog nooit van Zeerijp gehoord, maar het blijkt een prachtige kerk te hebben met een prachtig orgel, en ook in de andere dorpen staan schitterende gebouwen en instrumenten.’

Carpe diem
‘Ik ben geboren en opgegroeid in Putten, waar alle dominees vandaan komen, haha! Als kind wist ik al dat ik dominee wilde worden, zonder dat mijn ouders of twee oudere zussen superchristelijk waren. Maar mijn studieresultaten wezen eerder naar de lts dan naar de universiteit. Ik kon moeilijk stilzitten, was ‘speels’. Misschien had ik wel adhd, hoewel dat label me verder niet interesseert.
Maar het zag er dus niet naar uit dat ik predikant zou worden. Ik was wel een vrij ernstige jongen, ik las veel. Putten is bekend van de wegvoering [in oktober 1944 werd bijna de complete mannelijke bevolking van Putten gedeporteerd als represaille voor een verzetsactie, EZ] en ik las daar als kind al over. Het gaf me het bewustzijn dat het leven in één keer afgelopen kan zijn. Het motto carpe diem, pluk de dag, wordt vaak in verband gebracht met genieten, maar ik vind eerder dat je geen dag moet verspillen.’

‘Via de mavo, havo en de sociale academie ben ik uiteindelijk toch gaan studeren. Eerst nog een jaar Latijn en Grieks – het is een verkapt Godsbewijs dat ik dat gehaald heb, want talen liggen me helemaal niet! – en toen theologie in Utrecht. Ik ontdekte daar ook mijn passie voor filosofie en mijn interesse in psychiatrie en psychotherapie. Ik verdiep me daar graag in.’

Lege stoelen?
‘Mijn eerste gemeente was in Geleen, nadat ik tijdens mijn studie ook veel gereisd had en een klein jaar in Oxford studeerde. Daarna Heemskerk en daarna heb ik vijf jaar bij de marine als predikant gewerkt. Ik voer mee op tochten rond Afrika, naar Engeland en Scandinavië en heb ook nog een jaar op Curaçao gewoond. Toen ik afzwaaide, zeiden ze tegen mij: ‘Ga je terug naar de failliete club?’ Ze bedoelden dat de kerk in de samenleving niet zo populair is. Maar voor mij is kwantiteit niet belangrijk. Ik heb het liever met een paar mensen goed, dan met velen minder. In een gemeente pasten er driehonderd mensen in de kerk, maar er kwamen er meestal rond de tachtig. Zo heb je altijd aandacht voor al die lege stoelen. Na overleg hebben we er toen een heleboel stoelen uitgehaald. Het is een psychologische truc, maar het werkt wel. Het voelt dan goed om af en toe stoelen bij te moeten zetten!’

‘Godzoekertje’
‘Wat voor dominee ik ben? Ik pas moeilijk in een hokje. Mijn preken geven te denken, daar streef ik altijd naar. De kunst van de verwondering is een antigif tegen vanzelfsprekendheid. Al heb ik de Kilimanjaro gezien, ik zou de paardenbloem niet willen missen.
Je hebt dominees met goede sociale vaardigheden en je hebt er die studiebollen zijn. Die studiebol ben ik, ondanks mijn vele interesses, niet. Een echte zielzorger heeft voor iedereen ruimte en aandacht, ik ga daarin wat minder ver.
Een vriendin zei over mij: ‘Jij bent een Godzoekertje.’ Dat vond ik mooi, ik heb wel wat met mystiek en spiritualiteit. Ik heb ook veel compassie voor problemen met de ziel. Het meest senang voel ik me op het snijvlak van psychologie, filosofie en theologie. Daar komen de interessante vragen naar voren. Over zingeving, wat van waarde is, wat het er allemaal toe doet.’

Zichtbaar
‘Ik draag een boordje, ben overal herkenbaar als predikant. Met andere predikanten was ik eens in discussie waarom we dat boordje in Nederland zo weinig gebruiken, terwijl het in landen om ons heen heel normaal is. We hadden het over afkeuring van de mensen om ons heen, en toen zei ik dat er maar één manier was om erachter te komen. Dus sindsdien draag ik een boordje. Ik heb gemerkt dat je, door je zichtbaar te maken als predikant, soms ontzettend interessante en mooie gesprekken hebt met onbekenden.’

‘Begin 2016 heb ik mijn 12,5 jarig single-jubileum gevierd. Vooralsnog ben ik vrij en vrolijk op weg naar de 25 en alhoewel dat nog even duurt voor het zo ver is, hoop ik het tegen die tijd driedubbel te vieren (omdat dubbel zo voor de hand ligt).

Muziek
‘Ik houd van lezen, muziek, de natuur, zang. Klassiek vooral, ik zing graag Bach. Ik heb lang zangles gehad en bij een cantorij gezongen. Mijn piano- en orgelspel heb ik laten versloffen. Van popmuziek houd ik niet, hoewel sommige nummers van Adèle of Calum Scott wel mooi zijn. Qua boeken ben ik heel breed geïnteresseerd. Een paar recente titels: Zen, wijsheid en leegte van de monnik Thomas Merton over zenboeddhisme, Mooi niet alleen van Rebecca Onderstal en De jongen, de mol, de vos en het paard. Films kijk ik nauwelijks, ik heb ook geen televisie, maar een Engelse detective op zijn tijd vind ik wel leuk.
Ik leef behoorlijk gestructureerd, vind ik zelf. Elke dag op dezelfde tijd opstaan, dezelfde rituelen. Ik houd er niet van om na te moeten denken over dingen die ook vanzelf kunnen. Zo heb ik bijna alleen maar blauwe overhemden. Dan hoef ik niet te kiezen.’

Indisch, kaas en koffie
‘Als het om eten gaat, dan houd ik van de ‘blauwe hap’: Indisch en Indiaas eten. Een ander kan dat altijd beter klaarmaken dan ik, heb ik gemerkt. Lekker brood, daar houd ik ook van. Ik zeg wel eens voor de grap: ‘Als je me later zoekt in de hemel, dan vind je me in de koffiecorner of bij de kaasafdeling. Ik leef tegen het veganistische aan, maar kaas vind ik echt heel lekker. En whisky, en sigaren, maar dat is allemaal niet goed voor je.’

‘Voor de mensen bij wie ik de komende tijd op bezoek ga: ik drink mijn koffie zwart en wil er niets bij [hoewel in een afscheidsbundeltje van zijn vorige gemeente te lezen is dat André heel erg van koekjes houdt, EZ]. Want ik ben van plan om de komende twee jaar iedereen van de gemeente een keer te bezoeken. Ik wil te weten komen wat het hart van Maarland is. De sterke en zwakke kanten van de gemeente: wat missen we, waar komen we niet aan toe? Daar wil ik het met de mensen over hebben. En iedereen kan me gewoon aanspreken met André, je en jij. Als je tegen Jezus Jezus mag zeggen, kun je mij gewoon André noemen.’

Tekst: Els Zwerver

Foto: Marije Schipper (www.schipperfotografie.nl), gemaakt in de Dorpskerk van Bathmen.

Nieuwsbrief Vredekerk

Bijbelvers van de dag

Wees niet eigenzinnig, maar heb ontzag voor de HEER en ga het kwaad uit de weg. Het zal je sterken als een medicijn, het verkwikt je lichaam.

PKN Vredekerk Maarland