Vredekerk

Locatie en route
Korte historie
Een nieuwe kerk is hard nodig
Wist u dat?
Vijftig jaar in een zelfgebouwde kerk
Zomaar een dak boven wat hoofden

Locatie en route

Vredekerk  Klik op de naam van de kerk  voor de locatie en de route
Burg. Vd Munnikstraat 16
9919 AN  Loppersum, (0596) 57 28 90Postadres:
Postbus 33
9919 ZG Loppersum

Korte historie

01000_Loppersum_PKN._vm.Ger.Kerk_Hij_is_onze_Vrede_1964_Gron._copy_ansichtkaart

Het huidige gebouw is gelegen aan de Burgemeester van der Munnikstraat. Daar wordt ook een nieuwe pastorie gebouwd. In de jaren 1980 en daarna komt steeds duidelijker het gemis aan voldoende zaalruimte en een eigen plekje voor de jeugd naar voren.

 

800px-01000_Loppersum_PKN._vm.Ger.Kerk_Hij_is_onze_Vrde_1964_B.v.d.Munnikstraat_16_Gron._foto._André_van_Dijk_Kerkenverzamelaar

Uiteindelijk wordt besloten zaalaccommodatie aan de kerk te bouwen en direct daarbij te voorzien in een jeugdhonk. Dit wordt gerealiseerd in 1992. Tevens krijgt de kerkzaal een nieuw gezicht om weer een groot aantal jaren vooruit te kunnen.Vredekerk interieur

IMAG1769

 

 

In december 2013 zijn er op het dak van de Vredekerk zonnepanelen geplaatst waardoor de kerk minder elektriciteit van het net hoeft te halen. 

 

 

 

 

In 2014 wordt de kerk hersteld van de aardbevingsschade. Vooral het podium en de muren achter de preekstoel hebben hier onder geleden. De hele kerk wordt opnieuw gesausd. De kerk staat er nu weer fris bij.

 

 

 

Een nieuwe kerk is hard nodig

Een interview met Menno Norden

Menno Norden is 91 jaar en in Loppersum welbekend als ‘de oude bakker’. Van 1950 tot 1986 hadden hij en zijn vrouw een bakkerij aan de Singelweg. Norden heeft vele malen in de kerkenraad gezeten en was diaken toen er in 1963 een aanvang werd gemaakt met de bouw.

“Al ruim voor de oorlog werd er gesproken over een nieuw kerkgebouw. Toen dominee Vogel hier van 1935 tot 1939 stond, was de oude kerk aan de Kruisweg al te klein. De gemeente groeide en ik herinner me dat er al een maquette was gemaakt. Die heeft jarenlang in de kerkenraadskamer gestaan. Het probleem was toen het geld.” Norden weet het niet zeker, maar schat dat een nieuw kerkgebouw vóór de oorlog ongeveer 25.000 gulden (11.350 euro) had gekost.

Tijdens het interview vertelt Norden zonder omhaal van woorden over de moeite die het heeft gekost om de nieuwe kerk te laten bouwen. “Ik zeg het misschien wat direct, maar het is nooit mijn bedoeling om ruzie te zoeken of iemand kwaad te doen. Er zijn mensen geweest die moeite hebben gehad met de gang van zaken, maar ik heb gedaan wat ik vond dat goed was.”

Voor de oorlog waren het de financiën, tijdens de oorlog was het de bezetter, maar ook direct na de oorlog kwam er nog geen nieuwe kerk. “Dominee Ypma stond hier. Hij was een geweldige redenaar en de kerk groeide en bleef maar groeien. Dat kwam deels door zijn talent, maar ook doordat Loppersum in die jaren werd uitgebreid. Zelfs terwijl er groepen mensen naar Canada emigreerden, zat de kerk bomvol. Er stonden extra stoelen in het gangpad en er werd geen plaatsje onbenut gelaten.”

Norden en zijn vrouw Ali trouwden in 17 juli 1950 in Uithuizermeeden. “In 1951 kwam dominee Hamming bij ons en op 1 januari 1952 werd ik bevestigd als diaken. Het woord ‘kerkbouw’ hing destijds al wel in de lucht, maar het geld…” De jaarlijkse bijdrage van de gemeenteleden zorgde voor een sluitende begroting, maar er bleef niets over. “Het kerkengeld was ‘rond’. Voor de oorlog was er al wel een kerkbouwfonds geweest, maar er kwam weinig geld los. Sommige gemeenteleden betaalden al jaren twintig gulden aan bijdrage, wat ook voor die tijd niet heel veel geld was.”

Begin jaren zestig kwam er dan eindelijk schot in de zaak. “De kerk zat zo vol, dat we waarschuwingen kregen van zowel de brandweer als de gemeente. Dus toen moesten we wel. Er kwam een aparte commissie met leden uit de gemeente en één namens de kerkenraad. Ik zat niet in die commissie, maar de oude gemeentesecretaris Musschenga bijvoorbeeld wel, en politie Bos.”

De commissie moest de kerkbouw gaan regelen. “Zij zochten een architect, zij maakten een begroting en hebben een hypotheek geregeld bij de Nutsspaarbank. De commissie kwam met voorstellen, maar uiteindelijk moest de kerkenraad over alles beslissen. En de kerkenraad moest bij de gemeenteleden langs om geld op te halen. Ik ook.”

“Er waren drie plannen voor de nieuwe kerk. Plan A was alleen een kerkgebouw, plan B bestond uit een kerk, een pastorie en lokaliteiten. Bij plan C kwam dan ook nog een klokkentoren. Ik maakte me sterk voor plan C. Waarom? Ik zag er muziek in; ik keek in de toekomst. Het was een opgaande tijd. Drie zakenmensen die destijds ook in de kerkenraad zaten, waren het met me eens en zagen plan C ook wel zitten.”

Maar het werd plan A: alleen een kerkgebouw. Norden schudt zijn hoofd. “Ik was dan wel fel, maar ik was er niet de man naar om mijn eigen mening door te drijven. Jaren later, bij een jubileum, sprak ik met dominee Hamming. Hij zei me: ‘Jongen, we waren veel te bang. Het geestelijke kwam op de achtergrond, de financiën op de voorgrond.’ En hij had gelijk.”

Toen de nieuwe kerk, die de naam Vredekerk meekreeg, werd ingewijd, zat de voltallige kerkenraad onder het orgel. “Er waren ook afgevaardigden van alle omliggende gemeenten.”

Kort nadat de Vredekerk in gebruik was genomen, werd dominee Hamming beroepen naar een andere gemeente. Norden: “Daar zaten we met ons nieuwe gebouw: vacant. We hebben beroepen en beroepen, maar de een na de ander zegde af. Ik geloof dat we al met al veertien bedankjes hebben gehad.” De reden voor de afwijzing was telkens dat de gereformeerde gemeente Loppersum geen goede pastorie kon aanbieden. “In de oude pastorie aan de Kruisweg wilde niemand wonen. Al met al zijn we vier jaar vacant geweest. Een geluk bij een ongeluk was, dat we het domineessalaris uitspaarden. Dat hebben we toen kunnen inzetten voor de bouw van een pastorie. Toen die klaar was, kwam dominee Hazenberg uit Grijpskerk.”

De maquette die voor de oorlog in de oude kerkenraadskamer pronkte, is bij de verhuizing verdwenen. Steeds minder gemeenteleden weten nog van een ‘oude’ gereformeerde kerk aan de Kruisweg, die plaats maakte voor de Fivelstraat. Norden was blij met de nieuwe kerk. “Het was geweldig mooi om in zo’n nieuw gebouw te zitten. Er stonden 610 stoelen en de kerk was vaak vol. Ik kan me herinneren dat ik rond 1990 eens dienstdoende ouderling was en nog de hele gemeente tegenover me zag zitten. Helaas is dat tegenwoordig wel anders. Maar ik ben altijd met plezier naar de kerk gegaan.”

(interview gehouden op 12 mei 2015 door Els Zwerver)

Wist u dat?

  • het eerste bruidspaar dat in de nieuwe kerk trouwde was op 4 juni  1965 Jan van Vondel en Lymke Geut.
  • Het eerste kind dat gedoopt werd is de op 31 mei geboren zoon Harm Heine van N. Huisman en S. Huisman- Werkman, nu Wijmersweg 27 en werd gedoopt op 13 juni 1965
  • er een officieel kerkenraadsbesluit kwam voor toestemming om tijdens de collecte te orgelspelen.
  • er een ingezonden brief kwam (1935) dat er geen paardrijwedstrijd mag worden gehouden, omdat dan de mensen te vaak in de kroeg kwamen want ”onze godvrezende vaders en in de Heere ontslapen grootvaders en overgrootvaders hebben na hun bekering nooit harddraverijen bijgewoond”.
  • er voor de oorlog een dankoffer gebracht werd bij de boekhouder een bankbiljet van honderd gulden, er staat op ’19 oct 1937′.
  • er fraude gepleegd is in de kerk in vroegere jaren? Zie de ingezonden brief elders.
  • er bij de opening van de aanbouw van de zalen (dhr Pastoor uit Wiemersheerd was daarvoor uitgekozen omdat hij toen het oudste gemeentelid was) er een grote sleutel gebruikt werd en hij bang was dat de sleutel niet paste. Natuurlijk was het een symbolische sleutel.
  • er verschillende predikanten wel eens de preek vergaten mee te nemen. Gelukkig was de pastorie dichtbij…
  • er één van onze voorgangers in de haast de deur van de pastorie dichttrok, daarbij de vingertjes van zijn zoon afklemde. Hij toch de dienst begon en de koster met David naar de dokter ging. Toen ze terugkwam ging ze even naar hem (Kees Groenendijk) toe om hem gerust te stellen.
  • er toen de kerk geopend werd, er een kinderkoor “de zangvogeltjes” bestond. Het is niet bekend hoelang het koor heeft bestaan.
  • er in 1965 935 leden van de kerk zijn, 451 doopleden en 484 belijdende leden. Volgens de laatste cijfers zijn er 190 doopleden en 336 belijdende leden, totaal 526!
  • De collecte die gehouden werd in de dienst bij de opening van de kerk bedroeg 1046 gulden! Wat zou het fijn zijn als we dit bedrag weer halen voor het goede doel van deze feestelijke dag!

    Vijftig jaar in een zelfgebouwde kerk

    Een interview met Piet Waijer

    Piet Waijer (geboren in 1940 in Waterhuizen) was 23 jaar toen 52 jaar geleden werd begonnen met de bouw van de Vredekerk. “Ik was zo’n beetje de voorman op de bouwplaats. In de herfst van 1963 zijn we begonnen met het uitgraven. Het grootste deel is door machines gedaan, maar daar waar de betonfunderingen moesten komen, hebben we met de hand gegraven. Nadat we het beton hadden gestort, begon het te vriezen en daarom moesten we het afdekken.” De aannemer, Jan Tonnis Wieringa, zocht naar een goedkope oplossing om het natte beton af te dekken. Hij dacht die te vinden door de lege cementzakken te gebruiken. “Toen ik Wieringa vertelde dat ik de portlandzakken had verbrand, was hij een beetje aangebrand. Tja, wat moest ik met die rommel? Ik heb ze ter plekke opgestookt, want dat scheelde weer afval. Ik wist niet dat hij ze wilde hergebruiken.”

    Wie Waijer ziet en hoort vertellen over de bouw, ziet de kerk voor zijn ogen verrijzen. “Ik kon goed tekeningen ‘lezen’. Ik heb mede de contouren van het gebouw uitgezet, van de zijvleugel, de consistorie, de keuken en de hal. Ik was verantwoordelijk voor het meet- en stelwerk op de bouwplaats.” Zijn handen, groot en verweerd, vertellen in kalme gebaren hoe de kerk in elkaar steekt. Sommige van de termen die hij gebruikt – gording, ringbalk, aanzagen – zijn voor de leek moeilijk te volgen, maar zijn enthousiasme is voor iedereen verstaanbaar.

    “De vloer is opgebouwd uit holle bakstenen met betonijzer ertussen. De mortel die we daarvoor gebruikten, bevatte geen kalk, want dat tast ijzer aan. Ter plekke hebben we de strokenvloer er opgemetseld.”

    Het was voor Waijer de eerste keer dat hij aan zo’n groot project meewerkte. “Ik kwam bij een burgerbaasje vandaan, een aannemer met twee man personeel. Maar dit was ‘grote bouw’ onder architectuur zelfs. Hier waren verschillende echte ambachtsmensen aan het werk, constructeurs voor de stalen dakspanten, tegelleggers, granitowerkers; dat vond ik bijzonder. Bij het burgerbaasje deed je alles tegelijk, maar hier waren specialisten aan het werk.” Waijer was op zijn 23e de voorman van de timmerlieden. “Ik was de beste van mijn klas en ik had echt voor dit vak gekozen,” verklaart hij zijn leidinggevende positie. “Ik had de verantwoordelijkheid.” 

    Waijer had niet direct te maken met de architect, Egbert Reitsma, maar heeft hem toch een paar keer gezien en gesproken. Ook met zoon Lammert heeft hij nog wat beleefd. “Mijn moeder en ik moesten een keer naar Zuidlaren en Lammert hoorde dat. Hij bood aan om ons een lift te geven in zijn Jaguar. Maar wie een Jaguar heeft, rijdt geen tachtig!” Bij Ruischerbrug worden ze aangehouden door de politie. Waijer lacht. “Daar kreeg hij een beste flip aangeboden!”

    Reitsma heeft in de ogen van Waijer een mooie en stevige kerk gebouwd. “Het is een solide gebouw, die wel een redelijke aardbeving kan doorstaan. Maar als uitvoerder moest je soms goed nadenken over hoe je dat ontwerp kon realiseren.” Waijer herinnert zich nog hoe hij een oplossing moest vinden voor het storten van het beton voor de zes meter hoge raamkozijnen. “We hadden een bekisting gemaakt, maar als je beton van zes meter hoog laat vallen, dan slaat het water eruit en hardt het beton niet goed uit. Daarom moesten we in elke pilaar op drie meter hoogte een extra stortluikje maken om het beton goed te kunnen storten.”

    De raamkozijnen hebben de glaszetters nog meer hoofdbrekens gekost. Waijer pakt er een schetsboekje bij om uit te leggen hoe het glas erin zit. In de pilaren zaten uitsparingen waar het glas in moest. “Door die sleufjes moest het glas breder zijn dan het kozijn, maar dan lukte het niet om de ruit erin te manoeuvreren. Die verrekte sleufjes! Voor elke ruit heb ik inzetstukjes moeten maken. En dan nog was het een heidens werk om die zware glasplaten erin te krijgen. Glas vervangen is nog altijd een probleem.”

    In de herfst van 1964 was het buitenwerk klaar en kon Waijer beginnen aan de afwerking van de kerkzaal. De wenteltrap naar het orgel, de teakhouten zijdeur en de andere deuren zijn allemaal uit zijn handen gekomen. Ook het plafond heeft hij aangebracht.

    “Oorspronkelijk was het een ongeschilderd plafond. Het hout was parana pine, mooi licht met zwarte strepen. Het mocht niet geschilderd worden, omdat dat de akoestiek in de kerk misschien zou beïnvloeden. Het spijkeren van dat plafond was een geweldig karwei: al die schuine hoeken moesten daar bovenin ter plaatse aangezaagd worden. We zijn er met drie man een hele tijd mee bezig geweest.”

    Waijer was niet kerks opgevoed. “Van huis uit was ik hervormd, maar door omstandigheden was ik nooit gedoopt. De aannemer was gereformeerd en ik denk dat de helft van zijn personeel dat ook was. De andere helft was niets of in elk geval niet praktizerend.” Toen Waijer een gereformeerd vriendinnetje kreeg op Goeree-Overflakkee, ging hij wel eens naar de kerk. “Daar heeft toch iets me aan het denken gezet.” Maar de verkering ging weer uit. Bij de inwijding van de kerk in 1965 was hij in de dienst aanwezig, maar pas toen Waijer zijn dienstplicht op herhaling moest vervullen, sloeg er echt een vonk over. “Ik zat een week in verzwaard arrest omdat ik het wat moeilijk had met discipline,” legt hij uit. “Van de dominee daar kreeg ik een bijbeltje en in die tijd kon ik in mijn leven wel wat steun gebruiken. Dat viel dus neer op vruchtbare bodem. Vanaf toen zat ik regelmatig in de kerk.”

    Waijer herinnert zich hoe de mensen vreemd opkeken: “Daar komt zomaar iemand hier die anders nooit naar de kerk gaat.” De mensen waren niet afhoudend, eerder verbaasd. Hij trok zich er in elk geval niets van aan en wat hij in de kerk hoorde, gaf hem veel steun. “Mensen zeggen wel eens tegen mij: je bent gereformeerd geworden toen je je vrouw leerde kennen, maar het is anders gegaan.”

    Hoe is het nu om al vijftig jaar naar de kerk te gaan die je zelf hebt gebouwd? Waijer is eigenlijk best trots op zijn werk, al zal hij dat woord niet snel gebruiken. “Tevreden ben ik.” Hij lacht: “En hij zag dat het goed was.”

    (interview gehouden op 1 april 2015 door Els Zwerver)

Zomaar een dak boven wat hoofden

Dit is de titel van het kleed dat achterin de Vredekerk hangt. Alles wat erop staat heeft een betekenis.  Het is in  willekeurige volgorde en de verschillende beelden zijn niet in de juiste verhoudingen.     

  • De ondergrond heeft verschillende kleuren: onder is de kleur van de woestijn. Hier wordt in de bijbel vaak over gesproken, als tijd van bezinning, bv na de uittocht uit Egypte gedurende 40 jaar, maar ook Elia die in de woestijn rondtrok (1 Kon 19) en Jezus die 40 dagen in de woestijn rondzwierf (Lukas 4).
  • De vruchtbare groene weiden waar vaak over gesproken wordt, bv in Psalm 23.
  • De wolkenlucht van bv de Hemelvaart uit Handelingen 1.
  • Het dak, prominent aanwezig, in de kleuren van de regenboog, Gen 9, waaronder we kunnen schuilen, Lied 276, ( Zomaar een dak boven wat hoofden).
  • In het midden het pad met verschillende mensen, onderweg naar de Eeuwigheid, de Gouden stad, de heilige stad, Openbaring 21.
  • De Alfa en de Omega, het begin en het einde, Openbaring 1.
  • Rechts boven de Adventsster, vol verwachting van wat komen gaat.
  • De kribbe met het Kind toegedekt met een hemelsblauw dekentje, Lucas 2.
  • Het lege kruis van Goede Vrijdag achter het geopend graf van de Opstanding, oa Mattheus 27 en 28.
  • De 9 vruchten van de Geest van Pinksteren, dat zijn:
    • Liefde, 1 Kor 13,
    • Blijdschap, Joh 15
    • Vrede, Filip 4
    • Lankmoedigheid, 1 Kor 13                                                                               
    • Vriendelijkheid, Filip 4
    • Goedheid, Lucas 6
    • Trouw, Spreuken 31
    • Zachtmoedigheid, Matt 5                                                                                
    • Zelfbeheersing, 2 Petrus 1
  • De duif met een takje als teken dat de aarde weer droog werd na de zondvloed, Gen 8.
  • De bijbel als het Woord van God.
  • De korenaren zijn het symbool van de hoop op leven na de dood.
  • Een tros druiven: Jezus zegt: ik ben de ware wijnstok, Joh 15, en ook als teken van het lichaam van Christus bij het Avondmaal.
  • Brood, tekenen van het Heilig Avondmaal.
  • 5 broden en 2 vissen staan voor de gelijkenis in Lucas 9.
  • De twee tafelen met de 10 geboden.
  • Het doopvont wordt gebruikt om mensen te dopen.
  • Olijftak als teken van de Olijfberg, Matt 21, en als teken van olijfolie dat gebruikt werd als olie voor de lampen van de wijze en dwaze maagden, Matt 25, en om te zalven, bv 1 Sam 16.
  • Schapen, Jezus is de goede herder, Johannes 10, de herders hielden de wacht, Lukas 2.
  • Het Christusteken, de eerste 2 letters van het Griekse alfabet vormen het woord Christus.
  • Het logo van de Wereldraad van Kerken, bestond in 2018 70 jaar.Dit alles is bedacht en gemaakt door Ina van der Ploeg, met advies van Bea Rosing, doorgestikt door Quiltshop-Online in Gasselte.

Februari 2019

 

 

Nieuwsbrief Vredekerk

Bijbelvers van de dag

Als u namelijk bereidwillig geeft van wat u hebt, worden uw gaven met vreugde aanvaard; u hoeft niet te geven van wat u niet hebt.

Toekomstige evenementen

  1. Kapstokgesprek in het voorjaar

    10 februari 20:00 - 21:30
  2. Film in de Vredekerk

    18 februari 19:45
  3. Keek op de Preek

    20 februari 10:30
  4. Basics

    1 maart 15:45 - 16:45
  5. Kapstokgesprek in het voorjaar

    3 maart 20:00 - 21:30

PKN Vredekerk Maarland