Kerstnachtdienst

Het is erg koud. De wind jaagt de sneeuw als een wit glinsterende sluier door de straten en stegen van de stad. In de vijvers ligt een dikke ijslaag, een enkele ware liefhebber trekt bij de schaarse straatverlichting nog wat baantjes. Bij de auto’s langs de trottoirs en de huizen op de hoeken groeien de sneeuwduinen uit tot schilderachtige stillevens. Auto’s rijden zoekend langzaam. Fietsers hebben allang gecapituleerd en gaan te voet, samen met een enkele wandelaar. Dik gepakt in jassen, mutsen, sjaals en sneeuwlaarzen, alles wat de kou kan keren. De ogen houden amper uitzicht. Maar vastberaden gaan ze, naar huis?

Dit is het panorama dat zich voor ons afspeelt.

Behoedzaam zoeken wij in onze auto de weg in de noordelijke stadswijken. Het werkterrein voor deze nacht. Maar het is geen nacht zoals alle andere nachten, nee, er is die sfeer die bij deze nacht hoort en die iedereen kent en voelt. Er hangt iets in de lucht.

De straten worden hier en daar verlicht voor kerst en achter de ramen van bijna alle huizen is de kerstboom opgetuigd. Men is thuis en het lijkt er sfeervol en gezellig.

En dan… het beieren van de kerkklokken. Iedereen is genodigd, allen tezamen.

De kerk strooit het licht vanuit de hoge vensters naar iedereen die het wil vangen.

Kerkgangers wagen zich op weg naar het licht van de dienst. Kerstnachtdienst.

Het lijkt een heel andere wereld, niet onze wereld, want wij gaan verder met onze dienst in deze nacht. Onze Kerstnachtdienst.

Onze auto lijkt een warme capsule in de koude witte ruimte. We gaan van de ene naar volgende pechplek. Een ongelukkig gevallen fietsster. Een gebroken pols en per ambulance naar de eerste hulp. We konden alleen maar sterkte wensen en de fiets veilig opbergen.

Jeugd te enthousiast met vuurwerk, brievenbussen zijn de dupe.

We laveren verder door onze wijk, verder naar dat wat we nog niet weten.

Via de mobilofoon leven we mee met de collega’s in de andere wijken. Ook zij moeten behulpzaam zijn bij ongevallen en glijpartijen. Het zal de hele nacht zo blijven.

Dan door de mobilofoon de oproep: “Groningen drie-nul-een, over”. Het is de meldkamer met de code voor onze wijk en auto. Zo’n oproep zet je steeds weer op scherp met een beetje adrenaline. Ik beantwoord de oproep en we wachten af. Welke Groninger heeft gebeld en met welke vraag?

Ons wordt een adres in onze wijk gemeld. Een mevrouw had huilend en totaal verslagen het alarmnummer gebeld. Het was niet erg duidelijk geweest maar er waren spanningen in de “echtverbintenis”. De vrouw had niet meer de moed om verder te gaan.

We bellen aan bij het adres, de deur gaat op een kier. Deurketting. Ze herkent het uniform en laat ons binnen. Een gezellige woning, een peuter slaapt op de bank. De vrouw oogt radeloos en is bang voor de thuiskomst van haar man. “Of wij iets kunnen doen”. Bijna middernacht 24 december. Blijf van mijn lijf is welwillend, maar heeft geen plek. De erkende instanties? Misschien morgen? Dan vertelt de vrouw over “opa” en “oma”, een lief echtpaar een paar deuren verder. Ze wil hen niet belasten met haar zorgen, ze wil het zelf rooien. Tot nu, haar man had kwaad de deur achter zicht dicht geslagen en ze durft de nacht niet alleen in. Rest ons dus niets anders. We bellen aan bij opa en oma. Een vriendelijke man staat ons te woord en we delen kort de reden van onze komst. Oma komt in een warme kamerjas bij het gesprek. “Is het mis?”, vraagt ze. Het werd al een beetje verwacht. “Laat ze maar komen”, klinkt het kordaat. We zijn blij verrast, de stal van Betlehem.

De vrouw vult de koffers met alles wat zij en haar peuter behoeven. Het kind wordt wakker gemaakt en dik ingepakt. Als ervaren moeder neemt mijn collega het kind op de armen en ik draag twee grote koffers. De vrouw sluit de woning af en we gaan door de sneeuwstorm naar opa en oma. Meer dan welkom zijn ze. De slaapkamer is comfortabel en warm. De peuter draait zich om en droomt alweer. De vrouw bedankt ons, ze lijkt wat gekalmeerd.

Wij danken opa en oma voor hun naastenliefde en binden hen op hart dat we er zijn als het nodig is. Hoe het iedereen is vergaan? Hiervan blijven we onkundig. Na de kerst gaat het over in de maatschappelijke handen. We dwalen verder door de sneeuw en onze wijk.

Andere Groningers kijken naar ons uit. Vuurwerk en een gesneuvelde ruit.

Dienst in de Kerstnacht. Kerstnachtdienst.

Kor Wiersema

De nieuwsbrief

Bijbelvers van de dag

Als uw hart gelooft, zult u rechtvaardig worden verklaard; als uw mond belijdt, zult u worden gered.

protestantse gemeente i.w. Vredekerk/Maarland