Plotseling begon de aarde hevig te beven, want een engel van de Heer daalde af uit de hemel ……
De evangelieschrijver Mattheus heeft in zijn herinnering een geweldige en indrukwekkende ervaring aan de opstanding van Jezus overgehouden. Een hevige beving, soldaten die als doden worden, mensen die zich verwonderen. Dit jaar ga ik voor het eerst in mijn predikantenbestaan weer gewoon als toehoorder en bezoeker de paascyclus meemaken en ik verheug me er op. Al sinds de jaren tachtig is het een vaste gewoonte alle onderdelen mee te maken: de maaltijd op Witte Donderdag met de voetwassing, de kruisiging op Goede Vrijdag, de overgang van donker naar licht op de Stille zaterdag en als hoogtepunt Paasmorgen, het graf dat open is gegaan, Jezus die hoe dan ook leeft in ons midden, in deze wereld. Al de jaren dat ik zelf voorging sloot ik de Paasmorgen af met het lied:
Kondigt het jubelend aan
laat het de windstreken horen
doe het de aarde verstaan
God heeft ons wedergeboren!
(Lied 659, tekst van Willem Barnard)
Voor mij een lied van hoop en toekomst, van verwondering hoe dat mogelijk is, maar ook het vertrouwen dat we verder kunnen als nieuwe mensen.
Als classicale vergadering denken we na over wat onze rol zou moeten en kunnen zijn. We zijn betrokken bij het beroepingswerk, omdat gemeenten die vacant worden een gesprek voeren met mij als classispredikant, want zo heeft ons Breed Moderamen dat geregeld. We worden opgeroepen bij te dragen aan meer samenwerking en er voor te zorgen dat gemeenten de goede persoon te vinden: iemand met de kwaliteiten die ze nodig hebben. Dat kan een predikant zijn, dat kan ook een kerkelijk werker zijn. We worden ook geacht mee te denken over mogelijkheden voor het vasthouden van predikantsplaatsen van voldoende omvang. En ik merk dat gemeenten moeite hebben kandidaten te vinden, zowel predikanten als kerkelijk werkers. Wij doen ons best als Breed Moderamen en ondergetekende als classispredikant in het bijzonder om gemeenten bij de zoektocht van dienst te zijn.
Soms heb ik het gevoel dat er in gemeenten nieuw elan ontstaat. Ik zie op vele plekken nieuwe initiatieven met het oog op gemeenteleden die op een andere manier betrokken kunnen worden en meer opening naar de buitenwereld, naar het dorp of de wijk. Ik zie veel maaltijden met zeer uiteenlopende groepen mensen, gespreks- en ontmoetingsmomenten die worden georganiseerd en dat alles met een zekere ontspanning. Dat is hoopgevend.
Ds. Jan Hommes