Onder de toren op maandag 13 april: stilte

Als je deze dagen buiten bent, valt op hoe stiller het is dan anders. Minder geluiden van vliegtuigen, minder gemotoriseerde voertuigen. Nou ja, hoogstens af toe wat meer opgevoerde brommergeluiden, want als je niet naar school hoeft heb je daar meer tijd voor. Af en toen iemand die nog achterstallig snoeiwerk inhaalt met een motorzaag. Een domie die ontdekt dat het toch echt, echt hoognodig tijd is om het gras te maaien. Maar verder is het stiller dan anders.
Wat brengt de stilte ons?
Niets als je er niet naar luistert.
Het gedicht van Carl-Erik af Geijerstam (Tineke Stuurwold stuurde het mij toe) zegt dat de stilte er allang was, onopgemerkt. Er komt een moment waarop je dat merkt.
De dichter zegt verder dat niet de geluiden de baas zijn, wat een voor-de-hand-liggende gedachte is: want geluiden maken geluid, en daarmee vestigen ze de aandacht op zich. Maar nee, de dichter ziet het anders: de stilte is de baas en zorgt voor de geluiden, dat ze (hun) plaats vinden. Het zachte krabben van nagels over de vloer van een dromende hond, het geritsel uit een mierenhoop.
Dan opeens lijkt het gedicht weer een wending te maken: het gaat over de dichter zelf, het gaat over jou en mij. De dichter spoort ons aan geduldig af te wachten – zo geduldig als de steen die wacht op de traag tastende wortels van het mos die op hem houvast zoeken – dat lijkt mij echt heel geduldig! Zoveel geduld past niet bij ons normaal zo volle, snelle leven; maar misschien nu wel, nu de stilte meer opgemerkt wordt.
In die stilte, in die afwachting dringt het besef tot je door ‘dat iets je zoekt en op je wacht, dat je tenslotte wellicht voor een soort ontmoeting zult staan, voor een tastend begin.’
Het zijn mysterieuze woorden van de dichter. Troostend ook om te weten dat iets je zoekt en op je wacht. Misschien is dat iets iemand? Omdat de dichter het over een ontmoeting heeft?
Hij laat het liever in het vage. Misschien een gedachte die je nieuwe inspiratie geeft, iemand die jou leven laat oplichten, een inzicht in jezelf dat je hart opent, God die je aanspreekt?
Ik hoor er iets van Pasen in.

domie Tjalling

Reageren? Mail / bel met Tjalling Huisman: 0596 571393 / tjhuisman27@gmail.com

De stilte

Er komt een moment waarop je merkt
dat de stilte helemaal niet opgezocht hoeft te worden,
dat ze er allang was
vlakbij,
ja, dat wij haar met ons meedroegen
in het zachtmoedig bezig zijn van ons lichaam,
in zijn geduldige reis door de tijd.
De stilte hoeft nooit zelf te reizen.
Zij valt altijd samen met haar doel
en haar wachttijden kan niemand meten.

De stilte bestiert de geluiden,
houdt ze in bewaring,
zorgt voor hen gedurende hun korte leven
en laat hen nooit in de steek.
Zelfs de meest ingetogen geluiden,
die zich niet opdringen
en nauwelijks weet hebben van zichzelf,
krijgen in de stilte de hun toegemeten tijd,
zoals het zachte krabben van nagels over de vloer
toen de hond zijn poten al dromend bewoog.
Of het geritsel uit de mierenhoop
toen de grote trek begon in de zonnewarmte
van een ochtend in april.
Geduldig te zijn als de steen
in zijn afwachting van het mos,
diens traag tastende wortels
die in alle rust
hun houvast zoeken –
te weten dat iets je zoekt
en op je wacht
daarbinnen in de stilte,
dat je tenslotte wellicht
voor een soort ontmoeting zult staan,
voor een tastend begin.

Carl-Erik af Geijerstam

De nieuwsbrief

Bijbelvers van de dag

U, HEER, bent groots en machtig, vol luister, roem en majesteit. Alles in de hemel en op aarde behoort U toe, HEER, U bezit het koningschap en de heerschappij.

protestantse gemeente i.w. Vredekerk/Maarland