Verslag leerhuis: Op zoek in Marcus

Waar vinden we als gelovige mensen inspiratie, troost en moed om niet in een zeker pessimisme te vervallen als we naar de tegenwoordige wereld kij­ken. Als we de beelden zien van politieke leiders die het alleen om macht gaat. Als we geconfron­teerd worden met de dramatische vervuiling van de aarde mede veroorzaakt door economische groei die door veel politici en economen wordt ge­propageerd als hoogste weldaad voor de mensen. Maar ook in ons persoonlijk leven  hebben we te maken met ziekte, tegenslag en het raadsel van de dood.  In zo’n situatie hebben we behoefte aan een ander verhaal. Iets wat perspectief biedt.  En waar kun  je dan beter beginnen dan bij het evangelie van Marcus waarvan de eerste woorden  luiden: “Het begin van een goede boodschap”.

Die goede boodschap is voor Marcus de komst van Jezus in de wereld. Onder leiding van Riet Bons hebben we geprobeerd om met onbevangen ogen te lezen wat Marcus ons vertelt over wie Jezus is. Ik kan niet anders zeggen dan dat we grondig te werk zijn gegaan en tot onze verrassing teksten ontdek­ten waar we altijd over heen hadden gelezen of die door een andere uitleg begrijpelijker werden. De uitgebreide informatie die we van Riet kregen was daarbij natuurlijk een onmisbare hulp.

Wat ons raakte in Marcus was dat Jezus, meer dan in andere evangeliën, als een gewone joodse rabbi zo menselijk naar voren komt. Hij kan kwaad wor­den, angstig zijn, geïrriteerd raken en zich van God en mensen verlaten voelen. Maar ook valt het op dat hij steeds naar God wijst en niet naar zichzelf. Het gaat hem om God en zijn wil die hij als vrome jood kent uit de Thora. Maar hij legt de wet niet op als streng gestelde eisen maar in de geest van een liefdevolle God die het beste voor heeft met zijn kinderen en hen een weg ten leven biedt. Zijn boodschap van liefde en barmhartigheid, van gene­zing en heling, van mensen erbij halen wie ze ook zijn, bracht mensen op de been en zijn aanhang groeide. Zijn optreden bracht hem ook in conflict met de  religieuze politieke leiders maar hij liet zich niet weerhouden confrontaties uit de weg te gaan.We weten hoe het afliep. Het kostte hem zijn leven.

Veel hebben we samen gepraat over God en Jezus, ieder vanuit zijn geloof en kerkelijke achtergrond.
Eerlijk en vanuit een kwetsbare opstelling. Naast alle onmisbare kennis die we hebben opgedaan was vooral het onderling gesprek heel belangrijk. Juist in de vertrouwelijkheid van het leerhuis kan je je geloof en ongeloof kwijt. Opvallend vond ik ook dat het geloof in Jezus vooral wordt gevonden door te proberen hem na te volgen in woord en daad. Geloven, zo werd opgemerkt kan je heel theo­retisch en verstandelijk benaderen maar is ge­loven niet gewoon  het beste doen voor de men­sen? Praktisch handelen in de geest van Jezus daar gaat het toch om? Gewezen werd ook op de zalig­sprekingen van Jezus waarin hij de barmhartigen, de vredestichters, de zachtmoedigen en zij die hon­geren en dorsten naar gerechtigheid zalig ver­klaart. Opvallend vond ik dat steeds meer mensen moeite hebben met de later ontstane  vergoddelij­king van Jezus. Op deze avonden bleek ook duide­lijk dat mensen geloven in verschillende beelden van God en van Jezus. In dat persoonlijk geloof pas­sen dan niet meer vastgestelde leerregels en dogma’s. En dan dat Koninkrijk van God dat Jezus met zoveel passie verkondigde en door veel gelijke­nissen verduidelijkte. Ook dat was een onderwerp van gesprek. Wat is dat rijk dan, wanneer komt het, of is het al aangebroken? Moeten we dat afwachten of kunnen we er nu al tekenen van oprichten.
Aan het eind van Marcus wordt Jezus zijn lijden en dood beschreven. Marcus’ verhaal eindigt hier ab­rupt (verhalen over zijn verschijningen enz. zijn la­ter toegevoegd).

Over de opstanding en de betekenis daarvan heb­ben we het eigenlijk niet gehad.  Marcus zegt daar niets over. Hij vertelt aan de drie vrouwen die het lege graf ontdekken dat een engel tegen hen zegt dat ze tegen zijn volgelingen moeten zeggen terug te keren naar Galilea. Als of Marcus tegen zijn le­zers wil zeggen daar in Galilea begon het allemaal en nu moeten jullie het zegenrijke werk van Jezus in woord en daad voortzetten. Zo blijft Hij de Le­vende. 

De dichter Jan de Jongh zei het zo:

De opgestane leidt ons naar buiten
Hij gaat ons voor naar Galile
Dat land waar het begon
De zegening van de armen
De heling van de zieken
De bevrijding van de bezetenen
De opstand tegen de onderdrukking
Achter Hem aan zijn wij gezegende mensen
en zullen weten wat blijdschap is.

Bertus Huizing

De nieuwsbrief

Bijbelvers van de dag

Dus door te luisteren komt men tot geloof, en wat men hoort is de verkondiging van Christus.

protestantse gemeente i.w. Vredekerk/Maarland